cropped-image001-1.png

Ik heb niets met inclusiviteit!

Gisteren was ik wat informatie aan het verzamelen voor een boek dat ik aan het schrijven ben. Een van de bronnen die ik raadpleegde waren de moties die Tweede Kamerleden in 2020 hadden ingediend. Wat ik zocht heb ik nog niet gevonden. Maar er worden duizenden moties per jaar ingediend. Over de meest bizarre onderwerpen. Vaak heel politiek, waarmee ik zoveel wil zeggen als: het gaat heel vaak niet om de inhoud.

Moties van de een lokken weer moties van de ander uit en zo zitten de geachte leden elkaar vliegen af te vangen, duizenden malen per jaar. En zo viel mijn oog op een motie die was ingediend om “Amerikaanse toestanden” te voorkomen. Dus ik denk: wat krijgen we nou? Amerikaanse toestanden?

De inhoud van de motie zal ik je besparen, zonde van je tijd. Op zich raakte de motie wel een punt (al kost het enige moeite om de kern te raken, mede dankzij de titel van de motie). De motie was geschreven naar aanleiding van de dood van Floyd George en ging eigenlijk over gebruik van excessief geweld door de politie.

Het overlijden van Floyd George was een impuls voor de “Black Lives Matter”-beweging. En naar aanleiding van bovengenoemde motie ontstonden er vanzelfsprekend allerlei andere moties, want er lag politiek gewin voor het oprapen.

Inclusieve samenleving, oftewel gewoon de Grondwet

De waterval van moties over allerlei vormen van discriminatie vond zijn weg en ineens was daar de term “inclusieve samenleving”. Als ik het allemaal goed heb begrepen is een inclusieve samenleving een samenleving waarin iedereen gelijk is, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, religie, seksuele geaardheid, kortom alles wat in de Grondwet wordt bedoeld met dat iedereen als gelijke behandeld moet worden. En zo ben ik opgevoed, met respect voor de Grondwet.

Twee soorten mensen

Ik ken, vanuit mijn opvoeding en vanuit de levenservaring die ik heb opgedaan, maar twee soorten mensen: goede en slechte. En die goede vormen de overgrote meerderheid, al kost het een groot aantal mensen vandaag de dag veel moeite om hun geweten te laten prevaleren boven hun portemonnee of zelfverklaarde rechten. In hun diepe wezen zijn ze goed. Door mijn opvoeding en levenslessen zie ik geen ras, huidskleur, geslacht, religie en noem maar op. Ik zie ze gewoonweg niet! Ik zie kwaliteiten en tekortkomingen (of, als ik niemand meteen een complex aan wil doen, waardoor iemand zich onheus bejegend voelt, “verbeterpotentieel”), zoals een ander die bij mij ook kan ontwaren. (Je kunt in mijn geval met een gerust hart over tekortkomingen spreken, gewoon omdat je het dan helemaal bij het rechte eind hebt.)

Onderscheid door inclusiviteit

Wat doet “inclusiviteit”? Inclusiviteit zorgt er in ieder geval voor dat we mensen in groepjes indelen, of eigenlijk dat doen die groepjes zelf die “inclusief” behandeld wensen te worden. Eigenlijk zeggen ze: ik behoor tot een specifieke groep (op basis van ras, huidskleur, religie, noem het hele riedeltje maar op) en jullie (wie “jullie” dan ook mogen zijn) moeten ons als gelijke behandelen. Als je dat niet doet, beledig je mij! Je kunt niet vragen “inclusief” behandeld te worden, als je uitgangspositie is dat je tot een “exclusieve” groep behoort (waar niet iedereen bij mag horen op basis van ras, huidskleur, religie, noem het hele riedeltje maar op). Probeer eens als agnost te solliciteren als docent bij een reformatorische basisschool.

Voor mij is een “inclusieve” samenleving zoals deze door Jan en Alleman wordt gepredikt gebaseerd op segregatie en op een waanidee: door inclusiviteit te benoemen, creëer je onderscheid. Ik heb geen enkel bezwaar dat mensen graag bij een bepaalde groep willen horen. Ik hoor zelf bij een paar orkesten en dat zijn best rare mensen, hoor. En je kunt niet tot een orkest behoren wanneer je geen muziek ten gehore wilt brengen. Sterker: in composities wordt de samenstelling van het orkest bepaald door de componist. En ik heb nog nooit muzikanten en masse voor het huis van een componist zien protesteren, vanwege het weglaten van het gebruik van een triangel. Er is op dat moment geen plek voor jou, so be it. Dat zijn de spelregels van een orkest. Dat wil niet zeggen dat er dan niet voor jou wordt gezorgd, want het volgende stuk is voor triangel met orkestbegeleiding en dan kunnen ze niet zonder jou.

Groepsvorming door functie en sociaal gedrag

De samenstelling van groepen ontstaat op basis van functie en sociaal gedrag. Functie betekent dat er behoefte bestaat aan jouw kwaliteiten, sociaal gedrag betekent wie je bent. Sociaal gedrag is gebaseerd op normen en waarden. Als jouw normen en waarden haaks staan op mijn normen en waarden, voel ik niet de behoefte om tot jouw groep te behoren. Leg me dan ook niet de verplichting op jou in mijn groep te moeten opnemen. Niks mis met jou, maar ik ga een andere groep zoeken. En wat je verder bent? Je hoeft mij nooit te vragen om “respect” te tonen voor wat je bent. Ik zou niet weten waarvoor ik “respect” zou moeten opbrengen, gewoonweg omdat ik “wat je bent” helemaal niet zie.

Waardeer elkaars verschillen

Ik begrijp heus wel dat de wereld op dit moment niet zo in elkaar steekt, maar wanneer we het allemaal vanuit opvoeding en levenservaring kunnen opbrengen om elkaars verschillen te waarderen in plaats van te bekritiseren, dan zit er meer muziek in de wereld.